|
WAT ZEGT DE WET? Voorgeschiedenis. Vóór het in werking treden van de Waz (Wet afbreking zwangerschap), in1984, was abortus strafbaar op basis van het Wetboek van Strafrecht.
Begin jaren zeventig werden de eerste abortusklinieken geopend in onder meer Arnhem, Beverwijk, Utrecht, Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Zwolle. In deze klinieken werd het verzoek van de vrouw om abortus als uitgangspunt genomen. Abortus werd dus gedoogd (toegelaten). Slechts in een aantal concrete gevallen werden aborteurs veroordeeld voor het uitvoeren van illegale abortus.
Totstandkoming van de Waz. Onder invloed van de veranderende opvattingen ontstond meer ruimte voor het afbreken van zwangerschappen. Toezicht en handhaving op basis van het Wetboek van Strafrecht gebeurde niet meer omdat abortus door de overheid werd gedoogd. Als gevolg van deze ontwikkeling kon er in de abortusklinieken een praktijk ontstaan waarin zwangerschapsafbreking op verzoek van de vrouw op vrij grote schaal werd toegepast. Herziening van de abortuswetgeving zou - aldus de memorie van toelichting - de rechtszekerheid weer herstellen.
Na een jarenlange discussie werd de Wet afbreking zwangerschap (Waz) in 1980 door de Tweede Kamer, en op 28 april 1981 door de Eerste Kamer goedgekeurd. In beide kamers gebeurde dat met een nipte meerderheid. Vanaf 1984 is de wet in werking.
De huidige abortuswetgeving. De Waz verouderd? Sinds 1984 is de Waz (Wet afbreking zwangerschap) van kracht. Maar ook nu is abortus nog steeds opgenomen in het Wetboek van Strafrecht, d.w.z. dat het verboden is, tenzij de noodsituatie van de vrouw het afbreken van de zwangerschap onontkoombaar maakt, in het besef van de zware verantwoordelijkheid tegenover ongeboren menselijk leven en van de gevolgen voor de vrouw en de haren. Volgens de wet mogen de aborteur, de moeder en andere betrokkenen, ieder voor zich, hierover meebeslissen.
In de ‘praktijk’ echter mag de moeder bepalen of zij in een ‘noodsituatie’ verkeerd waarbij abortus onontkoombaar is, in het besef van de hierboven genoemde zware verantwoordelijkheid.
Volgens het jaarverslag 2005 van Casa (samenwerkingsverband abortusklinieken) worden zwangerschappen om de volgende redenen afgebroken: Nog niet toe aan een kind, 30%. Al voldoende kinderen, 20%. Geen of geen geschikte partner/afmaken opleiding/drukke baan/beperkt inkomen, 40%. Volgens CBS was 13% ooit onbedoeld zwanger. bron: Reformatorisch Dagblad 22-4-06.
Hieruit blijkt duidelijk dat in de praktijk de ‘noodsituatie en de zware verantwoordelijkheid’ betreffende een abortus naar believen door de moeder kunnen worden uitgelegd en de zwangerschap, en daarmee het leven van het ongeboren kind, kan worden afgebroken.
Abortus wordt dus nog steeds gedoogd (toegelaten), net als vóór het Waz tijdperk.
Een uiterste termijn waarbinnen zwangerschapsafbreking mag plaatsvinden is niet in de Waz opgenomen. Wel kan de grens worden afgeleid uit het artikel 82a Sr. Abortus mag slechts worden verricht tot het moment dat de vrucht (ongeboren kind) zich zodanig heeft ontwikkeld dat deze als levensvatbaar is te beschouwen. Hier wordt onder levensvatbaarheid verstaan, dat het ongeboren kind in staat is buiten het moederlichaam te blijven leven.
Als grens voor zwangerschapsafbreking in de zin van de Waz geldt dan ook een zwangerschapsduur van 24 weken. (2)
Dit in tegenstelling tot het grondrecht die het ongeboren kind in de gehele periode van zwangerschap recht op leven geeft net als iedereen in Nederland. Dit is eveneens het geval op grond van artikel 1 van de Grondrechten, onderdeel van de Nederlandse Grondwet, waarin staat dat discriminatie op welke grond dan ook, niet is toegestaan. Het ongeboren kind 24 weken van de 40 weken van de zwangerschap het recht op leven ontnemen is discriminerend en dus onwettig.
We weten dat er een pijnlijk dilemma kan zijn bij vrouwen die ongewenst zwanger zijn. Maar de oplossing daarvoor zoeken in abortus, betekent dat andere oplossingen, zoals het kind houden, hulp bij de opvoeding en adoptie niet aan bod komen. Laten we naast deze moeders gaan staan en hen bijstaan en mee helpen zoeken naar de beste oplossing voor de moeder en haar ongeboren kind.
Op 28 april 2006 is het Evaluatierapport Waz (Wet afbreking zwangerschap) door de regering besproken en is besloten dat de 5 dagen bedenktijd zal worden gehandhaafd en dat de overtijdbehandeling onder de Waz zal komen te vallen. De Tweede Kamer zal het Evaluatie- rapport later behandelen.
Het is onze vurige hoop dat deze Landelijke Petitie-Campagne en andere zeer gewaardeerde acties van het volk zullen leiden tot het spoedig intrekken van de Waz. Zo krijgt het ongeboren kind weer recht op leven en wordt het volk gelukkiger.
Abortus heeft tevens geleid tot een verruwing van de waarden en normen in ons land, wat een grote negatieve invloed heeft op onze samenleving. Door het intrekken van de Waz zal dit, naar verwachting, sterk verbeteren.
Conclusie: Ongeboren kinderen, moeders en vaders worden nog steeds zwaar getroffen door de Wet afbreking zwangerschap (Waz).
De Waz is verouderd omdat ze in onbruik is geraakt door haar niet met gezag te handhaven.
Daarom moet de Waz worden ingetrokken. Hiervoor hebben we uw handtekening nodig. Teken de petitie en stuur het vandaag nog op! Bij voorbaat hartelijk dank.
|
|||
| De tijd is rijp |